Dag 22

LEZEN: 1 Johannes 3:1-8

 

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien. Matteüs 5:8

 

Zuiver naar God en mensen

 

Met deze zaligspreking beschrijft Jezus het belangrijkste en mooiste wonder van het geloof: het zien van God zelf. Wat je daaronder moet verstaan, blijft moeilijk te omschrijven. Het is niet God letterlijk zien. Dat kan geen mens. Het gaat hier om een werkelijk kennen van God. Een kennen dat tegelijk een ervaren is van Gods aanwezigheid. God zien betekent ook dat je leeft voor zijn ogen, in de voortdurende vreugde en vrede die dat geeft. ‘God zien’ is daarmee een prachtige aanduiding van het heil dat Christus geeft.

 

De Here Jezus koppelt dat zien van God aan de reinheid van ons hart. Als je je eigen hart een beetje kent, dan zul je dat niet zuiver en heilig noemen. Integendeel, juist je hart is een broedplaats van allerlei onreinheid en zonde. Aan de buitenkant kun je het misschien nog wel netjes houden, maar de binnenkant van je leven ziet bijna niemand. Vaak durf je zelf niet eens in de donkere hoeken van je hart te kijken. En onzuiverheid van gevoelens en gedachten werkt altijd door in de manier waarop je met anderen omgaat.

 

De Here Jezus spreekt degenen die rein van hart zijn zalig. De zuivering van je hart krijg je zelf niet voor elkaar. Wie probeert zichzelf te reinigen, zal tot de ontdekking komen dat het er alleen maar slechter op wordt. Je hart wordt zuiver als de Heilige Geest er zijn intrek inneemt. Hij maakt je aan Christus gelijk. Je leven wordt verzoend. Je leert ook zelf heiligheid te zoeken. Je bedoelingen met anderen worden gezuiverd. Zo zul je steeds meer ervaren dat je voor Gods ogen leven mag.

 

‘Zij zullen God zien.’ Wat trekt jou daarin aan?

 

Zingen: Psalm 86:4 – 86:6