Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Matteüs 5:3
Geestelijke bedelaars
We pakken de draad van de zaligsprekingen weer op. Zalig de armen van geest. Dat gaat over mij. Het is niet iets wat ik van mezelf ben, wel iets wat mij gevraagd wordt. Het is een houding die ik in Christus ontvang en waarin ik door de Heilige Geest groeien mag.
Bij armen van geest gaat het niet om wat wij noemen ‘geesteszwakke’ mensen. De Here Jezus spreekt van een straatarme bedelaar op geestelijk gebied. Dat is iemand die van zichzelf niets heeft en bovendien de hand ophoudt om alles te vragen. Een arme van geest is iemand die God smeekt om genade. Iemand die zijn of haar totale armoede voor God beseft en alles bij Hem alleen zoekt. Iemand die zich voor God leegmaakt en het van genade verwacht. Het gaat om de ‘nederige van geest’, om de mens met ‘een verbroken en verbrijzeld hart’.
Die houding is onmisbaar voor het binnengaan in het koninkrijk. Je leert dat niet in onze wereld. Hier worden immers onafhankelijkheid en zelfbewustheid gewaardeerd. In de relatie tot God ligt daarin het risico van zelfgenoegzaamheid en hoogmoed. Paulus moest leren om alles wat waarde had voor mensen los te laten. Dat leert een mens niet van zichzelf. Wij willen alles immers zelf vasthouden en controleren. Voor Gods koninkrijk kan dat niet.
Daarmee wordt ons de weg naar de Here Jezus zelf gewezen. We hoeven het niet zelf te doen, we mogen het van Hem verwachten. Maar dan ook werkelijk als een geestelijk bedelaar: als een mens die smeekt om Gods genade, in het vertrouwen dat Christus voor die genade garant staat.
Wanneer heb jij je voor het laatst werkelijk verootmoedigd voor de Here?
Zingen: Psalm 51:6 – 51:9


