…en namen hem mee in de boot waarin hij al zat… Marcus 4:36
Een maand lang hebben we, aan de hand van Marcus 1-4, de Here Jezus gevolgd door Galilea. Bij Johannes de Doper zagen we het begin van zijn optreden. Jezus sprak over het koninkrijk van God. Genezingen en andere tekenen lieten steeds op verschillende manieren iets zien van het komende rijk.
Gaandeweg nam de tegenstand toe. Direct al diende de duivel zich als tegenstander aan. Daar kwamen de schriftgeleerden en Farizeeën bij. Ook bij zijn eigen familie ontmoette Hij onbegrip. Zelfs bij een deel van de mensen die hem volgden, miste Hij de juiste luisterhouding. Je ziet dat de weg die Jezus gaat, steeds meer een lijdensweg is. In al deze gebeurtenissen heeft de Here ons heel wat van Zichzelf en van het komende rijk laten zien. Ook heeft Hij ons willen leren hoe belangrijk het is je in te spannen om te luisteren naar zijn woorden. Hij heeft aangewezen waar het mis kan gaan en daartegen gewaarschuwd. Steeds merk je dat God eropuit is dat je Jezus kent.
Met Hem kun je verder, ook als in je leven de storm zwaar is en de golven hoog. Zo konden de leerlingen verder toen ze bang waren dat ze in de storm op het meer zouden omkomen. En als je Hem vandaag bij je hebt op je levensweg, dan mag je erop vertrouwen dat Hij je met evenveel macht beschermt.
Bedenk nog eens welke geschiedenissen uit Marcus 1-4 je het meest hebben aangesproken. Als je samen bent, vertel elkaar dan wat je daarin heeft aangesproken.
Zingen: Psalm 73:9, 10 – 73:12, 13 – Liedboek 442:1, 3


