Dag 11

LEZEN: Marcus 4:30-32

 

Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. Marcus 4:31

 

Het stelt werkelijk helemaal niets voor. Een handjevol mensen blijft vasthouden aan een verouderd geloof. Ze geloven in een God die ze niet kunnen zien. In een Leider die het zelf niet gered heeft: Hij stierf aan een kruis. En nu verwachten ze dat het later allemaal beter zal worden. Het kan toch haast niet waar zijn dat deze mensen de toekomst hebben?

Misschien brengt het je zelf ook wel aan het twijfelen. Kan het waar zijn dat een geloof dat in deze wereld zo achterhaald en onbeduidend lijkt, uiteindelijk toch wat gaat worden? Ja, de Bijbel belooft wel een geweldige toekomst, maar wat je nu ziet, lijkt er niet op.

Jezus vergelijkt het met een mosterdzaadje. Een rond zwart zaadje, kleiner dan een millimeter. Als het in de aarde verdwijnt, vind je het nooit meer terug. En toch wordt het uiteindelijk een flinke struik die boven alle planten in de tuin uit groeit. Je zou het niet geloven als je dat zaadje ziet.

Zo is het koninkrijk van God. Als je kijkt naar wat je er nu van ziet, zou je het niet geloven. Je kunt best begrijpen dat mensen vertwijfeld en teleurgesteld afhaken. Bij Jezus liep het uit op zijn begrafenis, en zijn gemeente lijkt dezelfde weg te gaan. En toch mag je geloven in het wonder dat er iets groots uit gaat groeien. Iets wat alles overstijgt. Net zoals uit dat mosterdzaadje iets groots groeide. Vergelijk het maar met het voorjaar waarin de vogels hun nesten in de takken maken. Er zal een wereld komen waar het leven veelbelovend is.

 

Zingen: Psalm 119:53, 54 – 119:71, 72 – Liedboek 63:1, 2, 5