Dag 18

LEZEN: 2 Korintiërs 7:8-13

 

Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden. Matteüs 5:4

 

Heilzame droefheid

 

Wij zijn geneigd om te zeggen: ‘Zalig de vrolijke en optimistische mensen.’ Maar Jezus sluit niet aan bij onze neiging. Voor het binnengaan in het koninkrijk en het vinden van werkelijke troost is een andere route nodig. Bij die route hoort droefheid.

 

Het gaat niet om droefheid omdat je succes en voorspoed in je leven mist. Het gaat ook niet om droefheid vanwege verdriet en verlies in je leven. Het gaat om geestelijke rouw. Die staat niet haaks op blijdschap en gezelligheid, maar die geeft diepgang aan het leven.

 

De Here Jezus bedoelt het treuren dat altijd hoort bij echte bekering. Deze droefheid hangt samen met het ontdekken van zonden. Je ziet de zonden in je eigen leven, je fouten en tekorten. Je merkt dat zonde uit jezelf voortkomt. Je voelt je machteloos als je ziet hoeveel mensen verstrikt zijn in het kwaad. Je weet je medeschuldig aan problemen in de wereld waar je niets aan kunt doen. Je ervaart pijn om de gebrokenheid van Gods goede schepping en om het lijden, waar ieder mens een portie van te dragen krijgt.

 

De mensheid heeft al dat lijden aan zichzelf te wijten. Zonde is elke keer opnieuw een kwaad en brengt elke keer afstand tot God. Echte troost kan alleen geboden worden als het lijden serieus genomen wordt. Daarom roept Jezus ons tot droefheid. Geen somberheid, maar wel blijvende pijn vanwege de zonde.

 

Dat kun je alleen zien als je er met de Here Jezus naar kijkt. Dan ontstaat er een heilzame droefheid, die christelijke ernst geeft aan je leven en ruimte maakt voor de christelijke troost.

 

Hoe laat je droefheid toe zonder neerslachtig te worden?

 

Zingen: Psalm 86:2 – 86