De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort; Marcus 4:28
Mensen doen de gekste dingen om gelukkig te worden. De boeddhist leeft goed om in een volgend leven een trapje hoger uit te komen. In een andere godsdienst brengen de mensen offers om hun god gunstig te stemmen. Weer een ander denkt de wereld te verbeteren door te vechten voor een rechtvaardiger samenleving. En er zijn ook nog mensen die alleen maar aan hun eigen geluk denken en daar absurd hard voor werken.
Misschien ervaar je het christelijk geloof ook zo. God belooft een paradijselijke toekomst, maar je moet er wel heel wat voor overhebben. Zondags moet je naar de kerk. Je moet elke dag in je bijbel lezen en bidden. Er is van alles wat je moet en nog meer wat je niet mag.
Vaak wordt het zo beleefd. Ook de gelijkenis van het zaad die we vorige week gelezen hebben, kan die indruk wekken. Steeds maar weer was het: goed luisteren, tijd en ruimte maken voor het woord, het moet zijn uitwerking hebben in je leven. Toch wil de Here Jezus dat we het ook van een andere kant bekijken. Het lijkt alsof Hij de gelijkenis nog een keer vertelt, maar nu op een andere manier. Nu ligt er de nadruk op dat het vanzelf gaat.
Het is niet door onze inspanningen dat het leven of de wereld beter wordt. Dan zou er weinig van terechtkomen. Het grote wonder is dat God het doet. In een wereld waarin niets vanzelf gebeurt, mag je geloven dat het vanzelf komt. Laat dat een reden zijn om je voor God in te spannen. Niet om Hem gunstig te stemmen, maar omdat Hij jou gunstig gezind is.
Zingen: Gezang 36:1, 3 – 25:1, 3 – Liedboek 78:1, 2


