Het eigenlijke gebeuren van kerst is zo voor het oog niet erg bijzonder. Er werden in die nacht overal babies geboren en de meeste in arme omstandigheden. Ook in Betlehem vond een geboorte plaats in die nacht. Het was in het lege stalgedeelte van een woonhuis: een betere plek was er niet omdat men te gast was bij een klein behuisde familie. En het kindje werd eerst maar gelegd in de lege voederbak. Het vee was buiten in deze nacht: het kindje kon die plek gebruiken. Het geheel zal nauwelijks verlicht zijn geweest door slechts een paar olielampjes. Een armoedige aanblik, zonder heerlijkheid.

Hoe anders is dit bij de opstanding. Dan zijn de engelen rondom het graf. Hoe anders is het bij de hemelvaart. Dan is de opvaart imponerend.

 

In de stal is geen aardbeving. Daar verschijnt geen engel. Lucas moet in vers 6-7 noodgedwongen heel kort zijn. Er valt niet veel meer te zeggen dan dat Maria het kindje in een doek wikkelde en in een voederbak legde.

En toch is er in diezelfde nacht wel iets buitengewoons te zien. Een stralende heerlijkheid. Niet binnen bij de geboorte, maar buiten in het veld waar de schapen liggen te slapen, ver van hun voederbak. Daar buiten is een hemelse demonstratie: een licht- en klankspel ter ere van de Geborene.

Dat is bijzonder: de engelen zoeken het publiek. Wat in stilte gebeurde in de stal, moet buiten bericht worden aan mensen.

 

Klik hier om de volledige preek te lezen.

 

 

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

*